De Zwartenbergse polder is een uniek poldergebied gelegen in het uiterste noorden van de Brabantse gemeente Etten Leur.

Uniek niet door zijn grote (ca. 380 ha.) maar vooral gezien zijn ligging, ontstaan en historie.

Een pure klei polder gelegen tegen zandgronden.

Aanvankelijk gelegen noordelijk van rivier “De Mark” maar na de St.Elisabethsvloed (1421) zuidelijk van dezelfde rivier.

In 1507 is de polder uitgegeven om te bedijken. Tot die tijd had de zee vrij spel op Zwartenberg.

Vanaf het moment van bedijken was er dus weer een stuk land aan de zee onttrokken.

Dit jaar is het dus exact 500 jaar geleden dat Zwartenberg ingepolderd is.

Om precies te zijn op 19 maart 2007.

 

De aanvankelijke bedoeling was dat het een puur koren en grasland zou worden. Daar was in die tijd erg veel behoefte aan aangezien de zuidelijk en oostelijk gelegen zandgronden te weinig van dat soort voorzieningen had. Wat korenland betreft is dat eeuwen achter gebleven aangezien de waterbeheersing moeilijk in de hand te houden viel.

 

Vanaf indijken was er tevens sprake van een verbinding tussen het toenmalige Hertogdom Brabant (waaronder Etten Leur viel) en Holland (waartoe Zevenbergen behoorde).

De rivier De Mark was dus een echte grensrivier.

Op de dijk kon men zich immers verplaatsen en in de zuidwestelijke hoek met een veerverbinding de rivier De Mark oversteken (de veerdam aan de Zevenbergse kant ligt er nog steeds). Deze veerverbinding heeft bestaan tot 1870 het moment waarop meer noordelijk een draaibrug over de rivier gelegd is. Deze draaibrug heeft in resp. 1940 en 1948 plaats gemaakt voor de huidige vaste brugverbinding over de rivier.

 

Wie kent verder niet het verhaal van “Het turfschip van Breda”.

Soldaten verstopt onder een lading turf die het kasteel van Breda binnen drongen om zodoende de stad te bevrijden van de Spanjaarden gedurende de 80 jarige oorlog (1590).

Vele weten dat het schip van Leurenaar Adriaan van Bergen was. Slechts weinigen weten dat dat inschepen gebeurde bij het veer van Zwartenberg.

Gedurende diezelfde oorlog is de polder meerdere malen bewust onder water gezet (net als andere gebieden) om zodoende de stad Breda te beveiligen tegen indringers.

 

Tot de komst van de wind-watermolen in 1721 stonden er slecht 3 huizen in de polder.

Vanaf de komst van de molen (de voorloper van de huidige) waren dat 4 huizen. De molenaar moest immers ook ergens wonen.

Op dit moment is de Zwartenbergse molen nog de enige Wind-Watermolen in geheel West-Brabant. Tot 1968 is hij daadwerkelijk functioneel geweest zij het de laatste ca. 50 jaar aangedreven door motoren om niet alleen meer puur windafhankelijk te zijn. De eerste molen is eind augustus 1888 als gevolg van blikseminslag afgebrand.

 

Vanaf de komst van een suikerfabriek in 1869 is het aantal huizen in de polder gestaag uitgebreid. Tegelijkertijd is de al eerder genoemde draaibrug aangelegd.

De gebouwen van de suikerfabriek hebben later dienst gedaan als vlasfabriek en weer later is er Safari begonnen met de productie van honden en kattenvoer. Deze fabriek is later opgegaan in het huidige Hill´s wat nog steeds honden en kattenvoer maakt.

In het silhouet van deze fabriek is nog steeds de oorspronkelijke suikerfabriek herkenbaar.

Vanaf ca. 1960 hebben zich diverse andere bedrijven naast Hill´s zich aan de Zeedijk gevestigd.

 

Op diverse plaatsen in de polder zijn sporen uit het verre verleden nog overduidelijk herkenbaar. Meest in het oog springend voorbeeld hiervan is wel de Haagse Dijk die de oostzijde van de polder begrenst en waarop alleen gewandeld en gefietst mag worden.

Aan beide zijden van deze dijk bevinden zich diverse “Weelen” (cirkelvormige vennen) die overgebleven zijn van dijkdoorbraken in het verre verleden. Er is geen plaats in Nederland waar er zoveel op een dergelijk kleine afstand liggen dan op Zwartenberg.

Zich verplaatsend over deze unieke dijk bevindt u zich ook vrijwel exact op de grens van klei en zandgronden.

 

Mocht het voorgaande u aanspreken vergeet dan vooral niet de rest van de site te bezoeken.

Het is wel haast onmogelijk dat u na het lezen en kijken dit unieke gebied zelf niet zou willen bezoeken en bewonderen.

 

Ton v.d.Wijngaart