Ontstaan en geschiedenis van Zwartenberg

 

Het is thans moeilijk voor te stellen maar ooit is er een tijd geweest dat de huidige Noordzee zich uitstrekte tot in huidige Duitsland. We moeten dan wel denken aan 2 ½ tot 4 miljoen jaar geleden.

Onder invloed van enerzijds klimaatsveranderingen (van tropische tot ijstijden) en anderzijds geologische veranderingen vanuit het binnenste der aarde is langzaam maar zeker steeds meer land ontstaan.

Ooit is op die manier ook Zwartenberg ontstaan. Een naam die, het woord zegt het al, slaat op een zwarte berg. Nu is er ogenschijnlijk als je nu kijkt weinig berg te ontdekken ter plaatse.

Zou je echter een doorsnee van onder de grond kunnen zien dan ontdek je dat er onder het huidige oppervlak een behoorlijk glooiend zandlandschap schuil gaat. Redelijk centraal in polder bevindt zich een zandkop die 16 tot 20 hoog is en op slechts 1 ½ meter onder het huidige oppervlak begint. Er zijn plaatsen in de polder waar wit zand (ex duinzand) pal onder de oppervlakte zit.

Dat er in de loop van vele duizenden jaren langzaam maar zeker plantengroei en weer afsterven ervan ontstaan is moge duidelijk zijn. Dit proces heeft uiteindelijk een behoorlijke turflaag opgeleverd in vrijwel geheel West-Brabant zo ook op Zwartenberg.

Het is uit de tijd van de turfwinning (vanaf ca. 1200 na Chr.) dat Zwartenberg het eerst voorkomt in archief gegevens. Zo had o.a. het Stift van Thorn (het overbekende huidige witte dorpje in Limburg) ook hier ter plaatse zg. Thiendrechten (= belastingrechten).

 

De rivier “De Mark” die zijn oorsprong in de buurt van Merksplas in België vindt en wat de grootste rivier is van West-Brabant liep tot begin 15-de eeuw dwars door het huidige Zwartenberg. Vanuit de huidige noordhoek van de polder draaide de rivier scherp af naar het zuiden tot aan het punt waar thans de molen staat om vervolgens in westelijke richting zijn weg te vervolgen. Het was ook exact bij het punt van de huidige molen dat de Leurse Vaart (een turfvaart) zich in De Mark uitmondde.

In 1421 tijdens de St.Elisabethsvloed is De Mark op de noordpunt doorgebroken rechtstreeks in westelijke richting om wat wij nu kennen als meest westelijke punt weer (min of meer) in zijn huidige loop uit te komen. Het gedeelte Mark vanaf de huidige molen tot aan het westelijke punt van de polder wordt vanaf die tijd gemakshalve ook maar Leurse Vaart genoemd. Tot in de jaren 60 van de vorige eeuw is de oude loop van de Mark herkenbaar geweest in het oostelijk deel van de polder. Toen droeg die waterloop echter de naam

“De Kreek”.

Voor 1421 lag Zwartenberg dus noordelijk van de rivier en vanaf die tijd zuidelijk ervan.

De behoefte aan meer land werd in de late middeleeuwen steeds groter gezien de bevolkingsaanwas in Westelijk Europa. Door het winnen van turf verlaagde men echter zelf het land en werd het risico van overstromen steeds weer groter. De rivieren stonden immers nog steeds onder rechtstreekse invloed van eb en vloed van de Noordzee.

Om nog meer turf te winnen en toch het water buiten de deur te houden werden dijken om bepaalde gebieden gelegd.

 

Voor Zwartenberg was het uiteindelijk zover op 19 maart 1507 toen Engelbrechte van Etten de polder en rechten kocht van Hendrik de III van Nassau toenmalig o.a. heer van Breda. Hoelang er precies onderhandeld is voor het zover was is natuurlijk moeilijk te zeggen maar er was meer nodig dan alleen eerder genoemde 2 heren.

De heer van Breda was tevens beschermheer van de Thiendrechten die het Stift van Thorn ook op Zwartenberg had. Het Stift van Thorn was simpel gezegd een vrouwelijk adellijke gemeenschap die het geloof een warm hard toedroeg. De heer van Breda kon dus geen zaken doen alvorens hij overeenstemming had met genoemde adellijke dames. Die wilde natuurlijk hun thiendrechten niet zomaar opgeven dus ook daar moest het nodige eerst overeengekomen worden. Omdat het een geloofsgemeenschap was vielen ook zij weer onder hoger gezag. Echter niet onder een bisdom maar rechtstreeks onder de Paus van Rome.

Op hun beurt moesten de dames dus eerst overeenstemming met de Paus zien te bereiken alvorens zij met de heer van Breda verder konden. Na uiteraard de nodige zekerheden ingebouwd te hebben heeft Paus Julius de II ook zijn goedkeuring gegeven.

Vandaag de dag is het nauwelijks voorstelbaar dat de Paus in Rome ooit iets te zeggen heeft gehad over zwartenberg zij het dan indirect.

 

Vanaf het moment dat de dijk er lag is er ook bewoning op Zwartenberg ontstaan.

Allereerst is Engelbrechte van Etten er zelf gaan wonen. Dat hij het hoogste punt voor zichzelf reserveerde laat zich raden. Dit is een plek die tot ca. begin 1800 bewoond is geweest. Het eerste bevolkingsregister ( ca. 1826) beschrijft op een bepaalde plek dat er iets stond maar er worden in dat huis geen bewoners meer vermeld. Het is ook de plaats die voorkomt op een kaart van 1680 alwaar een huis getekend staat. Nog steeds bestaat er een legende over “een kasteel op Zwartenberg”. Zeer de vraag is of het een kasteel geweest is maar er zijn sporen genoeg die duiden dat terplekke een voornaam iemand gewoond zou hebben. Vandaar waarschijnlijk in de volksoverlevering de term Kasteel.

Vrij snel is er ook bewoning ontstaan op het punt waar de Leurse Vaart in de rivier De Mark uitkwam (westelijke hoek). Daar is een veerverbinding ontstaan over De Mark.

Mensen konden zich immers over de dijken verplaatsen en op deze manier vanuit het Hertogdom Brabant naar Holland gaan aan de andere kant van de rivier en omgekeerd.

Op de eerder genoemde kaart van 1680 staat ook op die plek een huis getekend. Verder nog op een punt meer centraal in de polder.

 

De waterbeheersing was natuurlijk nog lang niet zoals wij die thans kennen en was alleen mogelijk via sluisjes aangebracht in de dijken. Recentelijk zijn restanten aangetroffen van een sluis die rond 1636 aangelegd is. Dat het in de polder niet altijd droog kon blijven zeker in die jaren had een tweetal redenen. Door pure weersinvloeden is er meerdere keren en op verschillende plaatsen sprake geweest van dijkdoorbraken. Het grote aantal Weelen (zijn komvormige plassen) herinneren nog aan deze dijkdoorbraken. Nergens in Nederland liggen er zoveel zo dicht bij elkaar als op Zwartenberg. De andere reden van onder water komen van de polder was gelegen met name in de 80 jarige oorlog waarbij Breda een waterlinie ruim om de stad aanlegde om zodoende zich beter te kunnen verdedigen tegen indringers. Ook Zwartenberg viel dit lot ten deel.

 

Tot begin 1700 was er zowel in de Leurse Vaart als op De Mark nog sprake van eb en vloed.

Rond 1710 kwam daar verandering in althans wat betreft de Leurse Vaart. Kort voor het punt waar dit water uitmondde in De Mark is toen een sluis aangelegd. Het waterpeil was vanaf dat moment regelbaar in zekere mate. Voor de polder zelf had dit nog niet erg veel effect. Dat had het wel toen in 1721 besloten werd tot het bouwen van een Wind-watermolen. Op het meest zuidelijke punt daar waar vroeger (voor 1421) de Leurse Vaart in de Mark uitmondde kwam deze molen te staan. Als er vanaf dat moment voldoende wind stond kon men water uit de polder malen en lozen in de Leurse Vaart en was men zelfs niet meer afhankelijk van eb en vloed. Het meer onttrekken van water aan de bodem had uiteraard wel tot gevolg dat de bodem steeds verder in ging klinken en de polder eigenlijk dus steeds lager kwam te liggen.

De eerste molen heeft bestaan tot 1888 tot het moment dat hij door brand (blikseminslag) verwoest werd. De toen nieuw gebouwde molen heeft dienst gedaan tot 1968. De laatste ca. 50 jaar van zijn bestaan wel ondersteund doormiddel van pompen die door motoren aangedreven werden. Vanaf 1968 is de waterbeheersing overgenomen door een elektrisch aangedreven gemaal op de noordpunt van de polder. Vrijwel tegelijkertijd is de weg komende vanaf Prinsenbeek (destijds een zandpad) verlegd en rechtdoor getrokken naar de Zevenbergseweg bij de molen. Vanaf dat moment staat de molen in principe buiten de polder.

Het zou echter oneervol zijn om nu te zeggen dat deze markante en unieke zwarte molen niet meer bij Zwartenberg zou horen. Daarvoor is hij te lang dienstbaar geweest.

 

Een geheel andere ontwikkeling deed zich voor in 1870 toen aan de Zeedijk (gelegen aan de rivier De Mark zich een suikerfabriek vestigde. De industrie deed vanaf dat moment zijn intrede in een tot dat moment puur landbouwgebied. Uiteraard moest deze suikerfabriek goed bereikbaar zijn en dus werd er pal ernaast over de rivier een draaibrug aangelegd zodat ook wagens met suikerbieten vanuit richting Zevenbergen gemakkelijk ter plekke konden komen.

Vanaf dat moment werd dus ook de veerverbinding overbodig na ca. 363 jaar trouwe dienst.

Tot op de dag van vandaag is aan de overzijde van de rivier nog steeds de veerdam in het landschap herkenbaar. Sterker nog ter plekke is de grond nooit ingenomen van landbouwdoeleinden.

 

Tegelijkertijd met de fabriek ontstond er ook meer bewoning pal naast de fabriek aan de Zeedijk. Uiteindelijk ontwikkelde zich daar een woongemeenschap van ongeveer 17 huizen.

De huizen aan de Zeedijk zijn in de loop van de jaren ook allemaal weer verdwenen toen andere vormen van industrie zich daar uitbreide. Het laatste huis bij de voormalige suikerfabriek is gesloopt in 1996.

Qua oppervlakte is Zwartenberg voor het grootste deel nog steeds een agrarisch gebied. Wat werkgelegenheid betreft bied de industrie inmiddels meer arbeidsplaatsen.